Nog meer gevonden voorwerpen!
De kast is nóg niet leeg. Help juf Tien verder: naar wie wijst het verwijswoord?
Ties vindt een wante. ‘Hé, dit is mijn want!’ roept ze.
Naar wie of wat wijst ‘mijn’?
Lieke ziet zijn pet liggen. Is dit echt zijn pet?
Naar wie of wat wijst ‘zijn’?
Sanne kijkt naar Pim. ‘Volgens mij is dat jouw jas,’ zegt ze tegen Pim.
Naar wie of wat wijst ‘jouw’?
De kleuters van groep 1 missen hun knuffels. Liggen hun knuffels hier?
Naar wie of wat wijst ‘hun’?
Juf Kaar pakt een bril. ‘Dit moet haar bril zijn,’ zegt meester Henk over de juf.
Naar wie of wat wijst ‘haar’?
‘Fenna, is dat jouw regenjas?’ vraagt de meester.
Naar wie of wat wijst ‘jouw’?
Eef en Daan zoeken hun gymtas. Is dit hun tas?
Naar wie of wat wijst ‘hun’?
Meester Henk vindt een handschoen. ‘Dat is mijn handschoen!’ roept hij blij.
Naar wie of wat wijst ‘mijn’?
Niels wijst naar Sem. ‘Volgens mij ligt zijn sjaal in de kast,’ zegt ze.
Naar wie of wat wijst ‘zijn’?
‘Wij missen onze petten,’ zeggen de kinderen van groep 6. Zijn dit hun petten?
Naar wie of wat wijst ‘hun’?
Bas lacht. ‘Eindelijk, dit is mijn verloren ketting!’
Naar wie of wat wijst ‘mijn’?
‘Lot, hangt jouw vest hier al een week?’ vraagt juf Tien.
Naar wie of wat wijst ‘jouw’?
Tim kijkt naar Eef. ‘Die laars is volgens mij van jou, het is jouw laars,’ zegt hij tegen Eef.
Naar wie of wat wijst ‘jouw’?
Juf Tien en juf Kaar zoeken een paraplu. Is dit hun paraplu?
Naar wie of wat wijst ‘hun’?
Daan houdt een sok omhoog. ‘Deze sok is van mij, het is mijn sok!’
Naar wie of wat wijst ‘mijn’?