Wie sluipt daar?
Er lopen geheim agenten door de school! Het verwijswoord vertelt wie de agent is.
Meester Henk heeft zich vermomd. Is hij een geheim agent?
Met ‘hij’ wordt meester Henk bedoeld.
Sem en Sam sluipen door de school. Zijn zij geheim agenten?
Met ‘zij’ worden Sem en Sam bedoeld.
Kinderen uit groep 6: zijn jullie geheim agenten?
Met ‘jullie’ worden de kinderen uit groep 6 bedoeld.
Nu jij! Typ naar wie het dikgedrukte woord wijst.
Juf Tien draagt een zonnebril binnen. Is zij ook een agent?
Naar wie of wat wijst ‘zij’?
Mees kruipt achter de bank. ‘Wat doet hij daar?’ fluistert Lot.
Naar wie of wat wijst ‘hij’?
Sanne en Noor geven een geheim teken. Zijn zij spionnen?
Naar wie of wat wijst ‘zij’?
‘Liv, ben jij de baas van de agenten?’ vraagt de meester.
Naar wie of wat wijst ‘jij’?
De kinderen van groep 6 sluipen langs de gang. Werken zij samen?
Naar wie of wat wijst ‘zij’?
Meester Henk knipoogt naar de klas. ‘Volgens mij is hij de hoofdagent,’ zegt Joep over Henk.
Naar wie of wat wijst ‘hij’?
‘Wij houden alles in de gaten,’ zeggen Sem en Sam. Zijn wij echte detectives?
Naar wie of wat wijst ‘wij’?
Tess verstopt zich achter een plant. Wat is zij aan het bespioneren?
Naar wie of wat wijst ‘zij’?
‘Juf Kaar, bent u stiekem ook een agent?’ vraagt Gijs.
Naar wie of wat wijst ‘u’?
Jelle gluurt om de hoek. ‘Daar is hij!’ roept Maud.
Naar wie of wat wijst ‘hij’?
De kleuters spelen detective. Zoeken zij naar aanwijzingen?
Naar wie of wat wijst ‘zij’?
‘Sanne, heb jij de geheime code gevonden?’ vraagt Tim.
Naar wie of wat wijst ‘jij’?
Eef en Lot fluisteren in een hoek. Bespreken zij een geheim plan?
Naar wie of wat wijst ‘zij’?
‘Wij zijn de slimste agenten van Janboel,’ roepen Sem en Daan. Hebben wij de zaak opgelost?
Naar wie of wat wijst ‘wij’?
Meester Henk wijst naar zichzelf. ‘Geloof het of niet, maar ik ben de chef!’ zegt hij.
Naar wie of wat wijst ‘ik’?